FolkyTowersLogoNewWITop5D9300 767x44 home

De Bodhran

bodhran640pxDe '''bodhrán''' (uitgesproken als ''bauwron'' ) is een Ierse lijsttrommel die bespeeld wordt met een soort drumstick met één of twee slageinden, 'tipper', ‘cipin’ of 'beater' genoemd.
Als de bodhrán met de rechterhand bespeeld wordt, kan de speler met de linkerhand de toon in hoogte laten veranderen door die hand tegen het vel te houden en van boven naar beneden te bewegen of op andere manieren tegen het vel te houden of te drukken.

Twee gekruiste latten of stukken rond hout aan de achterkant van de trommel kunnen dienen als steun voor de stemmende hand. Oorspronkelijk werd het kruis gebruikt om de drum aan vast te houden wanneer deze lopend bespeeld werd en om vervorming (eivormig worden) van de rand te voorkomen. Tegenwoordig worden ook veel bodhráns zonder kruis erin gemaakt.

Oorspronkelijk was een bodhrán niet meer dan een hoepel van hout bespannen met een (geiten)vel. Een dergelijke trommel wordt erg beïnvloed door weersomstandigheden, luchtvochtigheid en dergelijke. Op een regenachtige dag kan het vel van een niet stembare bodhrán binnen een uur zo slap hangen dat hij niet meer bespeelbaar is.

Naarmate de interesse in de bodhrán groeide ging ook de ontwikkeling van dit muziekinstrument verder. Dit resulteerde in de ontwikkeling van "stembare" bodhráns. Een stembare bodhrán heeft aan de binnenkant een mechanisme en een "stemring".

Het mechanisme bestaat uit stemschroeven (tussen de 4 en de 8 meestal) die de stemring naar beneden duwen waardoor het vel strakker of minder strak gespannen kan worden, waardoor zowel de effecten tegengegaan kunnen worden die veroorzaakt werden door veranderde weersomstandigheden of hoge luchtvochtigheid, als dat je de algehele toonhoogte van de bodhrán kan veranderen.

Ook de bewerking van het vel heeft een ontwikkeling doorgemaakt. Vroeger werd er voornamelijk geitenvel gebruikt, maar tegenwoordig worden er ook bodhráns gemaakt met (onder meer) kangoeroevel of hertenvel. Ook als het gaat om geitenvel zijn er veranderingen/vorderingen gemaakt. Vroeger werd er voornamelijk een vrij dik vel gebruikt dat lange tijd ingespeeld moest worden voordat het echt goed klonk.

Er zijn verschillende speelstijlen. De meest gebruikte zijn Kerry style en Top End style. Bij Kerry style worden alle twee de kanten van de tipper gebruikt en bij Top End slechts één kant, maar de tipper wordt op zo’n manier gebruikt dat de zogenaamde “triplet” (het effect dat normaal bereikt wordt door de boven- en onderkant van de tipper te gebruiken) wordt veroorzaakt door slechts één kant van de tipper. Heel belangrijk bij deze speelstijl is een soepele pols, waardoor de tipper het vel drie keer kan raken door één beweging.

Er zijn veel verschillende tippers beschikbaar die ieder een andere klank kunnen geven. Er zijn tippers met ronde, dikke uiteinden en tippers die eigenlijk gewoon een rechte “stok” zijn. Ook worden er tegenwoordig hotrods en jazzrods gebruikt. Dit zijn tippers die bestaan uit meerdere dunne, bij elkaar gebonden stokjes. Hiermee kunnen andere effecten en klanken bereikt worden. Soms worden ook 'brushes' gebruikt, dit kunnen zelfs gewone haarborstels zijn, en hiermee kan heel zacht meegespeeld worden met muziek, indien dit gewenst is.

Voor tippers worden meestal wat zwaardere, exotische houtsoorten gebruikt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: rosewood, snakewood, fernambuco, cocobolo, Blackwood en ebbenhout.